Trombose, herken de symptomen

Trombose, herken de symptomen

Jaarlijks krijgen één op de duizend mensen last van trombose. Wat zijn de oorzaken van trombose en hoe herken je de symptomen?

Wat is trombose?

Trombose is een aandoening, waarbij er een bloedstolsel, ook wel bekend als een bloedprop, in een bloedvat ontstaat. Dit bloedstolsel kan groeien waardoor een bloedvat deels of helemaal verstopt kan raken. Wanneer het bloedvat helemaal verstopt is, zodat er geen bloed meer door kan, dan kan trombose levensgevaarlijk zijn.
Zo’n bloedstolsel kan in ongeveer ieder bloedvat, zowel in aders als in slagaders, ontstaan. Wanneer het een ader betreft, dan noemen we dat veneuze trombose. Wanneer het een slagader betreft, dan spreken we van arteriële trombose. Een aantal vormen van trombose zijn:

  • Trombosebeen
  • Trombosearm
  • Longembolie
  • Hartinfarct
  • Herseninfarct
  • Oogtrombose

Complicaties trombose

Trombose kan dus overal in je lichaam optreden. Er zijn dus verschillende complicaties mogelijk bij trombose.

Trombosebeen

Een trombosebeen ontstaat als een bloedstolsel zo groot is dat het een bloedvat in je been afsluit. Vaak ontstaat er een bloedstolsel in de diepe aderen van je onderbeen. Wanneer er een stukje stolsel losraakt, dan kan deze naar je longen stromen om daar een longembolie te veroorzaken.

Longembolie

Wanneer bijvoorbeeld een trombosebeen niet wordt behandeld, dan kan het bloedstolsel groeien. Als hier dan vervolgens stukjes van afbreken, dan worden deze met de bloedstroom meegevoerd. Op het moment dat een bloedpropje in je longslagader terechtkomt, is er sprake van longembolie. Wanneer deze bloedprop dusdanig groot is dat er een gedeelte van de bloedsomloop wordt geblokkeerd, dan kan dit ernstige gevolgen hebben.

Hartinfarct

Op het moment dat er trombose in een kransslagader ontstaat, dan krijgt je hartspier te weinig of niet voldoende zuurstof. Hierdoor kan er een hartinfarct optreden.

Herseninfarct

Wanneer een bloedstolsel een slagader in de hersenen vernauwt of afsluit, dan kan een deel van de hersenen te weinig bloed en dus te weinig zuurstof ontvangen. Op het moment dat deze afsluiting niet lang duurt en iemand binnen 24 uur herstelt, dan noemen we dat een TIA. Echter, wanneer deze afsluiting langer duurt, dan bestaat de kans dat er delen van je hersenweefsel afsterft. Dit noemen we dan een herseninfarct.

Oogtrombose

Je ogen hebben een oogslagader en een oogader. Op het moment dat je oogader verstopt raakt als gevolg van een stolsel, dan zwellen de aderen op en gaan ze lekken. Hierdoor ontstaan er bloedingen en vocht in je netvlies. Dit is een oogtrombose.

Post-trombotisch syndroom

Een bloedstolsel kan ervoor zorgen dat de bloeddruk in de aderen te hoog wordt en blijft. Op de lange termijn kan dit een beschadiging aan de aderen veroorzaken, waardoor het bloed slechter wegstroomt. Op de lange termijn kan dit gepaard gaan met een dikker been, pijnklachten en vermoeidheid.

Oorzaken van trombose

Wanneer je een wondje hebt, dan treedt het stollingsmechanisme in werking. Er wordt een propje aangemaakt bestaande uit onder andere bloedplaatjes die naar het wondje gaan. Daar worden de bloedplaatjes geholpen door een netwerk van fibrinedraden. Dit zorgt ervoor dat het wondje gedicht is, je geen bloed verliest en dat er geen bacteriën kunnen binnendringen. Echter, stolling kan ook zomaar, onterecht optreden. Er is in dat geval géén sprake van een wondje, maar je bloed gaat wél stollen. De stolsels die ontstaan, kunnen je bloedvat afsluiten. Er kan dan geen bloed meer langs. Bekende oorzaken van trombose zijn:

  • Leeftijd
  • Erfelijkheid
  • Aderverkalking
  • Hartritmestoornissen
  • Operaties
  • Ernstige ziektes
  • Overgewicht
  • Zwangerschap
  • Vaak vliegen
  • Langdurig stilzitten of liggen

Bij wie komt het voor?

Trombose kan iedereen, jong en oud, overkomen. Mensen hebben echter meer kans op trombose bij:

Symptomen van trombose

Er treden verschillende klachten op bij een trombosebeen, longembolie en hart- of herseninfarct. Veel van deze symptomen kunnen ook voorkomen bij andere ziekten dan trombose. Toch is het belangrijk dat de mogelijkheid van trombose wordt onderzocht.

Klachten trombosebeen

Wanneer je een trombosebeen hebt, dan doen de volgende verschijnselen zich bijna altijd voor:

  • Acuut optredende zwelling in één been
  • Zwaar gevoel of pijn in je been
  • Verkleuring van je been (rood, wit of blauwachtig)
  • Huid kan strakgespannen staan

Een trombosebeen moet direct worden behandeld. Zo voorkom je levensbedreigende complicaties zoals een longembolie, of bijvoorbeeld het post-trombotisch syndroom. Als je eenmaal een trombosebeen hebt, kan dat langdurige of zelfs blijvende klachten geven.

Klachten longembolie

Wanneer er sprake is van een longembolie, dan kun je last hebben van:

  • Kortademig zonder aanwijsbare reden
  • Ademen kan pijnlijk zijn (of op je borst of in bovenrug)
  • Hartkloppingen
  • Hoesten
  • Licht stijging van je temperatuur

In ernstige gevallen kan een longembolie de dood tot gevolg hebben.

Klachten hartinfarct

Het meest voorkomende symptoom van een hartinfarct is een drukkend gevoel midden op je borst. Vaak straalt deze pijn uit naar je kaak, rug, maar en bovenarm. Deze klachten kunnen gepaard gaan met zweten, misselijkheid of braken.

Bij vrouwen zijn de symptomen vaak iets anders. Zij hebben vaker last van:

  • Pijn in de bovenbuik, kaak, nek of rug
  • Pijn tussen de schouderbladen
  • Kortademig
  • Extreem moe zijn
  • Duizelig
  • Onrustig gevoel, angst en snelle ademhaling
  • Misselijk of zelfs braken

Klachten herseninfarct

Wanneer iemand een herseninfarct heeft, dan is dat aan de volgende symptomen te herkennen:

  • Een aan één kant naar beneden hangende mondhoek
  • Een lamme arm of been, of een doof of tintelend gevoel in een ledemaat
  • Verward, onsamenhangend praten
  • Verstoorde coördinatie, evenwichtsverlies, draaiduizeligheid
  • Ernstige hoofdpijn
  • Dubbel- of wazig zien
  • Evenwichtsproblemen
  • Duizeligheid

Behandeling trombose

Wanneer je arts de diagnose trombose heeft geconstateerd, dan zal hij of zij je direct heparine injecties toedienen, omdat deze direct een anti-stollend effect hebben. Daarnaast krijg je antistollingstabletten of bloedverdunners geven. Op het moment dat deze goed werken, dan wordt er vaak met de injecties gestopt en wordt de antistollingsbehandeling voortgezet.

 

Bronnen: Nationale Trombose Dienst, Bravis Ziekenhuis en Trombosestichting

Delen:  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

Blijf op de hoogte met onze wekelijkse nieuwsbrief