second opinion voor een patiënt?!?!

  • #1

    Een vriend van ons is 2 maanden geleden van de ene dag op de andere dag opgenomen in het ziekenhuis vanwege verwardheid en verlies van het korte termijn geheugen.
    Hij heeft allerlei onderzoeken gehad en alles bleek goed te zijn. Hij is naar huis gestuurd maar dacht steeds in verbinding te staan met zijn computer, kreeg waan ideëen en kreeg aanvallen door geen controle meer te hebben in zijn armen. Hij is opnieuw opgenomen en hij gaat steeds verder achteruit. Hij wordt nu ook agressief doordat hij niet kan plaatsen wat er met zichzelf aan de hand is en het gevoel heeft dat er niks voor / aan hem gedaan wordt in het ziekenhuis. Hij mag nu ook geen bezoek meer hebben.
    Wij weten niet wat er met hem aan de hand kan zijn en ook de artsen weten het blijkbaar niet.

    Kan iemand ons helpen hiermee??? Ofheeft iemand een idee wat we ermee moeten?

    Reageer
    #2

    Wat een vreselijk verhaal, zomaar ineens. Je zou eerder een voorgeschiedenis verwachten met vreemd gedrag. Mijn eerste diagnose zou zijn: acute schizofrenie.

    Reageer
    #3

    Schizofrenie (gespleten geest; σχίζω schizo, φρενός phrenos) is een ernstige psychische aandoening die in verschillende vormen en gradaties voorkomt en zich meestal openbaart tussen het 15de en 30e levensjaar. Het is dus een aandoening die vooral jonge mensen treft. Van elke honderd personen zal de ziekte zich bij gemiddeld één ontwikkelen. Dat wil zeggen dat er in Nederland ongeveer 160.000 mensen aan schizofrenie lijden. Een belangrijk kenmerk is dat er tijdens het verloop van de ziekte minimaal eenmaal een psychotische episode is opgetreden. Doorgaans komen deze episoden vaker voor. Ze gaan gepaard met een afwijkende beleving van de werkelijkheid, resulterend in onlogische gedachtepatronen, wanen, hallucinaties en in wisselende mate emotionele, denk- en gedragsstoornissen. Vroeger werd voor deze aandoening ook de term dementia praecox (=dementie op jonge leeftijd) gebruikt. Inmiddels is de terminologie belangrijk verfijnd.

    Het woord schizofrenie betekent letterlijk "gespleten geest". Deze vertaling heeft tot nogal wat misverstanden rond schizofrenie geleid. Mensen die aan de ziekte lijden, hebben immers géén gespleten geest of hersenen die gespleten zouden functioneren. Ook is inmiddels bekend dat deze mensen géén gespleten persoonlijkheid hebben; ze bestaan niet uit meerdere, verschillende personen. Schizofrenie wordt namelijk vaak verward met dissociatieve identiteitsstoornis. De gespletenheid bij schizofrenie uit zich niet, zoals vaak wordt gedacht, in een meervoudige persoonlijkheid, maar in een beeld waarbij de samenhang in het denken, tussen waarneming en gedachten en tussen emoties en gedachten in ernstige mate is afgenomen, althans voor anderen minder goed invoelbaar is.

    De oorzaak is altijd onderwerp geweest van vele speculaties, en ook tegenwoordig zijn de boeken hierover nog lang niet gesloten. Vrij algemeen wordt tegenwoordig toch wel verondersteld dat het een hersenziekte is op basis van een lichamelijke afwijkingen in de hersenen. Erfelijkheid speelt een belangrijke maar niet uitsluitende rol. Mogelijk bestaat er een genetische verwantschap tussen schizofrenie en de schizotypische persoonlijkheidsstoornis. Vooral in de laatste jaren (2000-2005) is er een duidelijke link ontdekt met de werking van ten minste vijf verschillende genen. Ook bij een-eiige tweelingen (die dezelfde genen hebben) bestaat echter geen volledige concordantie (d.w.z. als de ene helft van een tweeling het heeft, heeft de andere het in 50-70% ook, maar niet 100%), wat een aanwijzing is dat ook de omgeving naast de erfelijkheid een rol moet spelen in het ontstaan van de ziekte. Onbehandeld is schizofrenie een ernstige ziekte die tot veel lijden (bij patiënt en omgeving) en invaliditeit aanleiding geeft.

    Mensen die aan schizofrenie lijden, hebben één of meerdere psychosen doorgemaakt. Een dergelijke periode kan van enkele dagen tot vele jaren duren. Een psychose kan zeer heftig verlopen, waarbij de persoon vaak behalve verward ook heel druk is. Dit wordt ook wel een acute psychose genoemd. Als een psychose langer duurt, verloopt ze meestal rustiger. We noemen dit een chronische psychose. De meest kenmerkende verschijnselen van schizofrenie zijn de hallucinaties, wanen en verwardheid.

    Schizofrene personen lijden onder negatieve en positieve symptomen. Positieve symptomen duiden op de aanwezigheid van ongebruikelijke percepties, gedachten en gedragingen zoals wanen en hallucinaties. De negatieve symptomen duiden op de afwezigheid of een gebrek in bepaalde gedragsdomeinen zoals energieverlies, geen plezier meer in dingen kunnen hebben (anhedonie) en lusteloosheid.

    Er bestaan geneesmiddelen die de positieve symptomen (vooral hallucinaties en denkstoornissen) vrij goed onderdrukken, met als nadelig gevolg een duidelijke vervlakking van het emotionele leven. Doordat prikkels, verbale en non-verbale signalen uit de omgeving, door antipsychotica (geneesmiddel) enigszins gedempt worden, worden gebeurtenissen vaak minder intens beleefd. Zowel prettige als onprettige gebeurtenissen maken minder "indruk". Met recht kan daarom gezegd worden dat de medicatie een gewenste en ongewenste kant heeft.

    Het verminderen van prikkels kan uiteraard ook bewerkstelligd worden door in een prikkelarme omgeving te vertoeven. In concreto: vermijden van drukke winkels, verjaardagsfeestjes, telefoon, televisie e.d.

    Zogenaamde negatieve symptomen van de ziekte zijn vooral affectvervlakking, verlies van concentratievermogen en initiatiefverlies. Deze zijn moeilijker te behandelen dan de positieve symptomen. Voor de nieuwere atypische antipsychotica geldt dat zij effectiever zijn in de bestrijding van negatieve symptonen, vergeleken met de klassieke middelen.

    Er bestaan verschillende antipsychotica. Meestal worden ze onderverdeeld in de typische en atypische middelen. Het verschilt van persoon tot persoon welk middel werkt. Het is vaak een kwestie van proberen welk middel bij een bepaald persoon het best werkt. Stemmen horen, hallucinaties en wanen |dan is men psychotisch. Angsten, onrust en gespannenheid hoort ook bij schizofrenie.

    Kenmerkend aan schizofrenie is dat het een progressief proces is waarbij episodes met positieve symptomen elkaar opvolgen, waarbij hoe meer dergelijke episodes worden doorgemaakt des te meer negatieve symptomen bepalend worden voor het welzijn van de patiënt. Met andere woorden; hoe meer psychotische episodes de patiënt doormaakt, hoe ernstiger de affectieve vervlakking wordt.

    De prognose voor deze aandoening is vrij slecht, de klok kan niet worden teruggedraaid. Wat wel mogelijk is, is de psychotische episodes zoveel mogelijk te beperken in frequentie, duur en intensiteit. Dit gebeurt d.m.v. aangepaste medicatie. Op die manier kan de schade worden beperkt. De kwetsbaarheid blijft echter en de eventuele opgelopen schade in de vorm van negatieve symptomen kan niet worden hersteld. Een aantal patiënten komt vroegtijdig te overlijden door suïcide.

    Schizofrenie komt in alle culturen voor maar de prognose zou beter zijn in primitieve culturen.

    Vormen van schizofrenie
    Katatoon: motorische inactiviteit of juist overdreven activiteit, halsstarrig gedrag, imitatiegedrag.
    Gedesorganiseerd (hebefrenie): gedesorganiseerd en primitief gedrag en taalgebruik, soms afwijkingen van het affect.
    Paranoïde: spanning, achterdocht, vijandigheid. Affectief en cognitief functioneren blijft meestal intact.
    Ongedifferentieerd: er is voldaan aan de hoofdcriteria, maar deze zijn niet catatoon, paranoïde of gedesorganiseerd van aard.
    Schizofrene resttoestand: geen op de voorgrond tredende wanen, hallucinaties of afwijkend gedrag, maar bijvoorbeeld wel vreemde overtuigingen of afwijkende zintuiglijke waarnemingen.

    Schizofrenie verloopt in fasen. De duur van elke fase varieert van persoon tot persoon. Het gaat om de volgende fasen: de prodromale fase, de acute fase/psychotische fase en de herstelfase/stabiele fase.

    De prodromale fase of de voorfase is de periode die voorafgaat aan de eerste psychose. Deze fase kan heel kort duren (enkele dagen), of heel lang (soms een aantal jaren). De ziekte heeft zich in deze fase nog niet geheel ontwikkeld, maar er zijn wel enkele voortekenen. Deze vroege symptomen zijn soms vaag en nauwelijks op te merken. Zo kunnen er veranderingen zijn in de manier waarop mensen hun gevoelens, gedachten en ervaringen beschrijven. Er treden dus veranderingen op allerlei gebieden op (gevoelens, gedachten, waarneming en lichamelijke functies) maar de persoon ervaart nog geen echte psychotische symptomen als wanen, hallucinaties en denkstoornissen.

    Tijdens de acute fase/psychotische fase treden de kenmerkende psychotische symptomen op de voorgrond. We hebben het dan over wanen, denkstoornissen en hallucinaties. Naast deze symptomen is er ook vaak sprake van stemmingsstoornissen, gedragsstoornissen en slaapproblemen. Deze fase houdt meestal aan totdat met de juiste behandeling wordt begonnen. Een psychotische fase duurt ongeveer drie maanden tot een half jaar. De meeste patiënten kennen meerdere psychotische fasen met daartussen een herstel- of stabiele fase.

    Ook in de herstelfase/stabiele fase zijn er vaak nog een aantal symptomen. Deze zijn echter veel minder heftig en opvallend dan tijdens een actieve psychose. Het zijn vooral verschijnselen van minder goed en trager psychisch functioneren. Patiënten trekken zich terug en vertonen weinig of geen initiatief. In zo'n 20% van de gevallen blijven na één of meer psychotische fasen wanen, hallucinaties en verwardheid bestaan.

    Enkele voorbeelden van symptomen die zich kunnen voordoen tijdens het dagelijks leven

    Op een voor de ander onbegrijpelijke manier angstig of in de war zijn.
    Er niet in slagen om in werk, studie of hobby te presteren wat er normaal gesproken van hem of haar verwacht kan worden.
    Beweren te praten met en luisteren naar denkbeeldige, niet werkelijk aanwezige personen.
    Verhalen verzinnen over complotten of geheime organisaties en daarin soms het eigen gezin of de partner betrekken.
    Vreemd lopen of bewegen, op een dergelijke manier dat anderen zich er ongemakkelijk bij voelen.
    Mensen in de omgeving afschrikken of irriteren door zelfverwaarlozing.
    Onvoorspelbare woede-uitbarstingen hebben.
    De hele dag in bed liggen, maar ‘s nachts door het huis spoken of in de stad ronddwalen.
    Geen vrienden maken of hooguit korte oppervlakkige contacten hebben
    Zeggen iemand anders te zijn.
    Zeggen dat anderen gedachten uit zijn/haar hoofd kunnen lezen of er juist gedachten inbrengen.
    Onzeker zijn.
    Gebrek aan concentratie, niet (fulltime) kunnen werken.
    Veel slaap hebben, of juist slapeloosheid.
    Het idee hebben dat anderen niet te vertrouwen zijn.
    Emotioneel erg gevoelig zijn.
    Veel moeite hebben om zich te verzorgen; zichzelf verwaarlozen.

    Enkele symptomen die zich kunnen voordoen tijdens een psychose of waan

    Denken achtervolgd te worden.
    Denken groot en machtig te zijn (bv Jezus of een president) en denken een belangrijke rol te vervullen te hebben in de wereld.
    Stemmen 'in het hoofd' geven 'imperatieve hallucinaties', dat zijn dwingende opdrachten, waaraan geen weerstand kan worden geboden.
    Interne stemmen geven voortdurend commentaar op het gedrag.
    Denken dat er een complot tegen jou bestaat.
    Vreemde dingen zien; bijvoorbeeld reeds overleden mensen of vrienden die er eigenlijk niet zijn.
    Een rottingsgeur of gaslucht ruiken, terwijl deze er niet zijn.
    Allerlei vreemde dingen in of aan het lichaam voelen.
    Denken dat de omgeving, bijvoorbeeld de televisie, bestraalt.
    Een hele hoge piep horen en denken dat die de gedachten beïnvloedt.

    Tot nu toe is er nooit een echte duidelijke oorzaak gevonden. Biologische factoren spelen een rol bij het ontstaan van de ziekte. De ziekte brengt meestal een verhoogde gevoeligheid voor stress met zich mee, waardoor psychosociale factoren, zoals leef- en werkomstandigheden, mede bepalend zijn voor het beloop ervan.

    Biologische factoren spelen de belangrijkste rol bij het ontstaan van schizofrenie. Psychosociale factoren zijn mede bepalend voor het beloop.

    Biologische factoren: Erfelijkheid speelt een belangrijke, zo niet doorslaggevende rol bij het ontstaan van schizofrenie. In sommige families komt de ziekte vaker voor dan in andere. Ook negatieve invloeden (zoals een virusinfectie bij de moeder tijdens de zwangerschap of moeilijkheden bij de geboorte, hersen(vlies)ontstekingen en fysieke trauma's) kunnen een rol spelen. Deze factoren bepalen de aanleg om de ziekte te krijgen, met andere woorden, de gevoeligheid of kwetsbaarheid ervoor. Onderzoek heeft verder uitgewezen dat er bij schizofrenie sprake is van een verstoring van de activiteit van frontale en temporale gebieden in de hersenen. Dit uit zich in een verstoord evenwicht tussen de stoffen die nodig zijn voor de werking van de zenuwcellen.

    Psychosociale factoren: Door de biologische kwetsbaarheid zijn patiënten gevoeliger voor stress. Veel druk van buitenaf, ingrijpende gebeurtenissen of ongunstige sociale omstandigheden (bijv. werkloosheid) blijken tot het optreden van psychotische verschijnselen te kunnen leiden.

    Het gebruik van hallucinogenen en andere psychoactieve middelen kan het ontstaan van psychoses versnellen en versterken. Ook blijkt intensief gebruik van cannabis een verhoogd risiso op te leveren voor de ontwikkeling van schizofrene stoornissen. Er kunnen door middelengebruik verschillende psychotische verschijnselen ontstaan, maar het is onwaarschijnlijk dat dat ook de oorzaak van schizofrenie is. Wel kan middelengebruik een aanwezige predispositie, of de ernst van de ziekte versterken. Ook alcohol kan een negatief effect hebben, met name op de negatieve symptomen. Dergelijke middelen worden bij dit ziektebeeld dan ook ten stelligste ontraden.

    Vaak gehoorde opmerkingen over deze zieken zijn: "Zij zijn zo moeilijk te bereiken en staan zover van mij af dat ik het gevoel heb hen kwijt te zijn." "Wat ik ook doe, het is net of er een muur tussen ons staat waar niet door te komen is." Beide opmerkingen geven eigenlijk heel juist aan wat er aan de hand is. Doordat zij zo overhoop liggen met hun gevoelens en gedachten trekken zij als het ware een "muur" om zich op om zich te beschermen om zo nog enige greep op zichzelf te houden. Daardoor wordt hun isolement steeds groter en is er haast niet meer "bij hen te komen". Door dit proces wordt het begrijpen van hun gedrag steeds moeilijker. Dit wordt nog versterkt omdat zij door wanen, hallucinaties en affectieve symptomen dingen gaan doen die moeilijk aanvaardbaar zijn.

    Door de begrijpelijke wil hen te helpen ontstaat vaak een neiging om steeds maar weer en met een toenemend appèl te proberen met hen in contact te komen om maar door die "muur" heen te komen. Dat is, hoe goed ook bedoeld, ondoelmatig en werkt zelfs averechts. Deze directe wijze van benadering die een beroep doet op het innerlijk van hen kunnen zij niet beantwoorden. Niet omdat zij niet willen, maar omdat zij door hun innerlijke ontreddering niet weten hoe zij dat moeten doen en zich vervolgens bedreigd zullen gaan voelen. Met als uiteindelijk gevolg dat zij hun "muur" nog meer gaan optrekken.

    Bij bepaalde cliëntenorganisaties bestaat verzet tegen de visie dat schizofrenie een psychische aandoening is (biologisch) of tegen de visie dat de aandoening behandeld zou moeten worden, met name met medicatie. De antipsychiatrie van de jaren zestig bekeek schizofrenie vanuit de dieptepsychologische kant (bv. de theorie van de schizofrenogene moeder). Dr. McKenzie[7] veronderstelt een traumatische oorsprong: scheiding van de ouders op jeugdige leeftijd veroorzaakt volgens hem schizofrenie. Deze visie is inmiddels verlaten, omdat er geen duidelijk verband is aangetoond tussen opvoeding en schizofrenie. Er bestaat steeds meer evidentie dat schizofrenie een biologische basis heeft met erfelijke componenten.

    Het psychiatrisch handboek DSM-IV geeft de volgende algemene criteria voor schizofrenie (voor de verschillende subtypen bestaan aanvullende criteria):

    A. Kenmerkende symptomen: Twee of meer van de onderstaande symptomen die ieder optreden gedurende een significante tijdsduur in een periode van een maand (of minder bij succesvolle behandeling):
    Wanen
    Hallucinaties
    Gedesorganiseerde spraak (bijvoorbeeld ontsporend of onsamenhangend)
    Ernstig gedesorganiseerd of catatoon gedrag
    Negatieve symptomen, bijvoorbeeld afgevlakt affect, alogie of avolitie
    NB: Er is slechts één symptoom uit categorie A vereist als de wanen bizar zijn, als de hallucinaties doorlopend commentaar geven op het gedrag of de gedachten van de persoon of als twee of meer stemmen met elkaar spreken.

    B. Sociale/beroepsmatige dysfunctie: Gedurende een significant deel van de tijd sinds het begin van de stoornis staan een of meer terreinen van functioneren (zoals werk, persoonlijke relaties of zelfverzorging) duidelijk op een lager niveau dat voor het begin. (Als het begin in de kindertijd of adolescentie valt, is het functioneren van een lager niveau dan verwacht kan worden).
    C. Duur: Doorlopende tekenen van de stoornis gedurende minimaal zes maanden. Deze periode van zes maanden moet minimaal één maand met symptomen bevatten (of minder bij succesvolle behandeling) die voldoen aan criterium A (d.w.z. actievefasesymptomen) en kan perioden bevatten met prodromale symptomen of restsymptomen. Tijdens deze prodromale perioden of restperioden kunnen de tekenen van de stoornis uitsluitend bestaan uit negatieve symptomen of twee of meer symptomen uit categorie A in mildere vorm (bijvoorbeeld vreemde opvattingen, ongebruikelijke perceptuele waarnemingen).
    D. Uitsluiting van schizoaffectieve stoornis en stemmingsstoornis: Schizoaffectieve stoornis en stemmingsstoornissen zijn uitgesloten omdat (1) er geen depressieve, manische of gemengde episode tegelijk met de actievefasesymptomen is opgetreden of (2) als er wel stemmingsepisoden tegelijkertijd met de actievefasesymptomen zijn opgetreden, de totale duur kort is ten opzichte van de actieve periode en restperiode.
    E. Uitsluiting van middelengebruik/somatische aandoening: De stoornis is geen gevolg van de directe fysiologische gevolgen van middelengebruik (bijvoorbeeld drugs, geneesmiddelen) of een somatische aandoening.
    F. Relatie met een pervasieve ontwikkelingsstoornis: Als er een historie bestaat van autistische stoornis of een andere pervasieve ontwikkelingsstoornis, wordt de aanvullende diagnose schizofrenie alleen gesteld als er gedurende een periode van minimaal een maand ook op de voorgrond tredende wanen of hallucinaties zijn (of minder bij succesvolle behandeling)

    Reageer
    #4

    Kleindochter wil alleen met deur open naar toilet, komt slecht mee op school ,is bang om alleen te zijn , heeft geen vrindinnetjes en heeftt nu 3 dagen niet gegeten . Wat is er aan de hand? zij is 8 jaar

    Reageer
    #5

    Dat is een moeilijke vraag. Kinderen op die leeftijd hebben soms wel eens van die periodes dat ze bang voor van alles en nog wat zijn. Dat is op zich nog niet zo'n probleem. Maar 3 dagen niet eten zonder ziek te zijn is een ander verhaal. Dat is wel een reden om de huisarts op te zoeken.

    Reageer
Reageer op: second opinion voor een patiënt?!?!
Selecteer afbeelding
Maximale afbeelding grote is 512kb, toegestande bestandtypes: *.jpg, *.jpeg, .jpe,.gif
Blijf op de hoogte met onze wekelijkse nieuwsbrief