Veel mensen gebruiken de woorden menopauze en overgang door elkaar, maar ze betekenen niet hetzelfde. Het verschil tussen menopauze en overgang is kleiner dan je misschien denkt, maar wel degelijk aanwezig. Als je weet wat de termen precies inhouden, begrijp je beter wat er in je lichaam gebeurt en wat je kunt verwachten. In dit artikel lees je wat de termen precies betekenen, welke fases er zijn en wanneer je van een vroege menopauze spreekt.
Wat is de overgang?
De overgang is de brede periode rondom de laatste menstruatie, waarin de hormonen oestrogeen en progesteron geleidelijk afnemen. Die periode kan jaren duren en bestaat uit drie fases: de perimenopauze voor de laatste menstruatie, de menopauze zelf en de postmenopauze daarna. Wanneer mensen in het dagelijks leven zeggen dat ze “in de overgang” zitten, bedoelen ze daarmee vrijwel altijd de perimenopauze, de fase voor de laatste menstruatie waarin de klachten het duidelijkst aanwezig zijn.
Wat is de menopauze precies?
De menopauze is niet een jarenlange fase maar één moment: de dag van je allerlaatste menstruatie. Je weet pas achteraf wanneer dat moment geweest is. De vuistregel is: als je twaalf maanden niet meer hebt gemenstrueerd, dan is je menopauze geweest. Technisch gezien kun je dus nooit letterlijk “in de menopauze zitten”, ook al zeggen veel mensen dat. Wat ze bedoelen is de overgang, de bredere periode rondom dat moment.
Het verschil tussen menopauze en overgang zit hem dus hierin: de overgang is een periode van soms wel tien jaar, de menopauze is het precieze keerpunt daarbinnen.
De fases van de overgang op een rij
Om het verschil tussen menopauze en overgang goed te begrijpen, helpt het om de afzonderlijke fases te kennen.
De perimenopauze begint gemiddeld rond het 45e levensjaar en is de fase waarin de hormoonproductie begint te schommelen en afneemt. In de perimenopauze begint naast progesteron ook oestrogeen te dalen. Deze dalingen kunnen al jaren bezig zijn vóór de laatste menstruatie. In deze fase treden de meeste overgangsklachten op, zoals opvliegers, slaapproblemen, stemmingswisselingen en een veranderende menstruatiecyclus.
De menopauze is het moment waarop de laatste menstruatie plaatsvindt, gemiddeld rond het 51e levensjaar. Dit moment is alleen achteraf vast te stellen.
De postmenopauze begint een jaar na de laatste menstruatie en duurt de rest van het leven. In deze fase zijn de hormoonspiegels permanent laag. Klachten als opvliegers nemen bij de meeste vrouwen geleidelijk af, maar andere gevolgen zoals vaginale droogheid en een verhoogd risico op botontkalking kunnen aanhouden.
Wanneer spreken we van een vroege menopauze?
Bij de meeste vrouwen vindt de menopauze plaats tussen het 45e en 55e levensjaar. Bij één op de honderd vrouwen begint de overgang te vroeg, namelijk voordat zij 40 jaar zijn. Hun menopauze komt dan ook te vroeg, waardoor al op jonge leeftijd overgangsklachten ontstaan. Dit heet primaire ovariële insufficiëntie. Een vroege menopauze kan ook worden veroorzaakt door het verwijderen van de eierstokken of door chemotherapie en bestraling.
Wat merk je van het verschil in de praktijk?
In de praktijk is het verschil tussen menopauze en overgang voor de meeste vrouwen minder relevant dan de vraag wat ze ervan merken en hoe ze ermee omgaan. De klachten die bij de overgang horen, zoals opvliegers, slaapproblemen en stemmingswisselingen, worden ervaren in de perimenopauze en kunnen ook na de menopauze nog enige tijd aanhouden. Heb je last van klachten die je dagelijks leven beïnvloeden? Bespreek die dan altijd met de huisarts.



