Houd je een boek of de krant steeds verder van je af om de tekst nog scherp te kunnen lezen? Of merk je dat kleine lettertjes steeds lastiger te ontcijferen zijn? Dan vraag je je misschien af of je een leesbril nodig hebt. In dit artikel lees je waardoor een leesbril nodig kan zijn, welke signalen daarop wijzen en hoe wordt bepaald welke leesbril het beste bij jou past.
Waardoor heb je op een gegeven moment een leesbril nodig?
Vrijwel iedereen krijgt vanaf een bepaalde leeftijd moeite met scherp zien van dichtbij. Dit heet ouderdomsverziendheid, in medische termen presbyopie genoemd. Het heeft niets te maken met een oogziekte, maar is een normaal onderdeel van het ouder worden.
Om dichtbij scherp te kunnen zien, moet de ooglens van vorm veranderen. Dit proces heet accommoderen. Bij jonge mensen is de ooglens soepel en elastisch, waardoor deze gemakkelijk boller kan worden. Naarmate je ouder wordt, verliest de ooglens geleidelijk haar flexibiliteit. Hierdoor wordt scherpstellen op korte afstand steeds moeilijker.
De eerste klachten ontstaan meestal tussen de 40 en 45 en nemen daarna geleidelijk toe. Rond de 60 is het accommodatievermogen vrijwel volledig afgenomen en verandert de benodigde leessterkte meestal nog maar weinig.
Wanneer heb je een leesbril nodig? De signalen
Er zijn verschillende signalen die erop kunnen wijzen dat je een leesbril nodig hebt:
- Je houdt een boek, krant of telefoon steeds verder van je af om de tekst scherp te krijgen.
- Kleine lettertjes, bijvoorbeeld op een bijsluiter of menukaart, zijn lastig te lezen.
- Je hebt meer licht nodig om prettig te kunnen lezen.
- Je krijgt vermoeide ogen of hoofdpijn na een tijdje lezen of ander werk van dichtbij.
- Het kost meer moeite om af te wisselen tussen dichtbij en veraf kijken.
Herken je een of meer van deze signalen? Dan is de kans groot dat ouderdomsverziendheid de oorzaak is en een leesbril kan helpen.
Welke sterkte leesbril heb je nodig?
De juiste leessterkte hangt af van meerdere factoren, zoals je leeftijd, de afstand waarop je leest en of je al een bril draagt voor veraf. Heb je al een bril vanwege bijziendheid of verziendheid? Dan kan de situatie anders zijn. Als je bijziend bent kun je zonder bril vaak nog goed dichtbij lezen, terwijl je voor veraf wel een bril nodig hebt. Als je verziend bent dan merk je de gevolgen van ouderdomsverziendheid vaak eerder, omdat beide afwijkingen elkaar versterken.
De juiste sterkte kan worden bepaald door een opticien of optometrist. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar je leesvermogen, maar ook naar eventuele andere oogafwijkingen, zoals bijziendheid, verziendheid of astigmatisme. Zo krijg je een bril die past bij jouw ogen en je dagelijkse bezigheden.
Heb je een leesbril nodig of is er iets anders aan de hand?
Ouderdomsverziendheid is een normaal onderdeel van het ouder worden en is op zichzelf onschuldig. Toch is het verstandig om alert te blijven op andere klachten. Gaat ook je zicht in de verte achteruit of krijg je last van pijn aan je oog, plotseling wazig zien of een vervormd beeld? Dan kan er meer aan de hand zijn dan alleen ouderdomsverziendheid en is verder onderzoek nodig.
Merk je op latere leeftijd dat je zicht steeds slechter wordt, terwijl je al een leesbril of multifocale bril draagt? Dan kan dat bijvoorbeeld ook komen door staar. Bij staar wordt de ooglens geleidelijk troebel, waardoor je minder scherp gaat zien. De behandeling hiervan is anders dan die van ouderdomsverziendheid en bestaat uit een operatie waarbij de troebele ooglens wordt vervangen door een kunstlens.
Wanneer je ogen laten controleren?
Twijfel je of je een leesbril nodig hebt of merk je dat je klachten toenemen? Laat je ogen dan controleren door een opticien of optometrist. Zij kunnen de juiste leessterkte bepalen en beoordelen of er aanwijzingen zijn voor een oogaandoening. Is dat het geval, dan kunnen zij je zo nodig doorverwijzen naar een oogarts.
Bronnen: Thuisarts.


