Jaarlijks krijgen in Nederland ruim 800 vrouwen de diagnose baarmoederhalskanker. Een groot deel van deze gevallen is te voorkomen met de HPV-vaccinatie. Toch bestaan er nog veel vragen over deze prik. Hoe krijg je baarmoederhalskanker? Wat zijn de mogelijke nadelen van de HPV-vaccinatie? En hebben mannen ook een HPV-vaccinatie nodig? In dit artikel lees je alles wat je moet weten.
Hoe krijg je baarmoederhalskanker?
Hoe je baarmoederhalskanker krijgt, begint bijna altijd met een infectie met het humaan papillomavirus, beter bekend als HPV. Dit virus wordt overgedragen via seksueel contact en is zeer algemeen aanwezig: zonder vaccinatie raakt ongeveer acht op de tien mensen in zijn of haar leven minstens één keer besmet. Bij de meeste mensen ruimt het lichaam het virus binnen één tot twee jaar vanzelf op, zonder dat er klachten of gevolgen ontstaan.
Bij een klein deel van de mensen blijft het virus echter langdurig in het lichaam aanwezig. Bepaalde typen HPV kunnen dan na verloop van jaren cellen in de baarmoederhalsmond veranderen, wat uiteindelijk tot baarmoederhalskanker kan leiden. Daarnaast kan HPV ook andere vormen van kanker veroorzaken, zoals kanker aan de vagina, schaamlippen, anus en mond- en keelholte bij vrouwen, en aan penis, anus en mond- en keelholte bij mannen.
Wat doet de HPV-vaccinatie?
De HPV-vaccinatie zorgt ervoor dat het lichaam het virus direct herkent zodra het ermee in contact komt. Het lichaam ruimt het virus dan snel op, voordat het de kans krijgt om een langdurige infectie te veroorzaken. Het vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma beschermt tegen de twee typen HPV die het vaakst kanker veroorzaken en geeft daarnaast deels bescherming tegen enkele andere typen. Hierdoor is de kans op baarmoederhalskanker na vaccinatie tot negentig procent kleiner.
Het vaccin werkt het beste wanneer het wordt gegeven voordat iemand voor het eerst seksueel actief is, omdat dan nog geen blootstelling aan het virus heeft plaatsgevonden. Toch blijft vaccinatie ook later nog zinvol, omdat het onwaarschijnlijk is dat iemand al met alle typen HPV uit het vaccin in aanraking is geweest.
HPV-vaccinatie bij mannen
Sinds 2022 worden ook jongens uitgenodigd voor de HPV-vaccinatie. Dat de HPV-vaccinatie ook bij mannen wordt ingezet, heeft een duidelijke reden: HPV veroorzaakt niet alleen baarmoederhalskanker, maar ook vormen van kanker die juist bij mannen steeds vaker voorkomen, zoals kanker aan de penis, de anus en de mond- en keelholte. Jongens krijgen hetzelfde vaccin als meisjes en de bescherming werkt op dezelfde manier: het lichaam leert het virus te herkennen en op te ruimen voordat het schade kan aanrichten.
Het geven van een HPV vaccinatie aan mannen heeft daarnaast een breder effect op de samenleving. Hoe meer mensen beschermd zijn tegen HPV, hoe kleiner de kans dat het virus zich nog verder verspreidt. Ook naar mensen die niet gevaccineerd zijn.
Eventuele HPV-vaccinatie nadelen
Zoals bij elk vaccin zijn er ook bij de HPV-vaccinatie nadelen. De meest voorkomende bijwerkingen zijn lokaal van aard: pijn, roodheid of zwelling rond de plek van de prik. Daarnaast komen soms milde, algemene klachten voor zoals buikpijn, misselijkheid, vermoeidheid, hoofdpijn of lichte koorts. Deze klachten zijn doorgaans niet ernstig en verdwijnen vanzelf.
Verhalen over zware bijwerkingen, zoals langdurige extreme vermoeidheid, gaan al jaren rond, maar daarvoor is in grootschalig onderzoek geen bewijs gevonden. De veiligheid van het HPV-vaccin is uitgebreid onderzocht in meerdere landen en wordt voortdurend gemonitord.
Een ander nadeel van de HPV-vaccinatie is dat de bescherming niet volledig is. Het vaccin beschermt tegen de meest voorkomende typen HPV die kanker veroorzaken, maar niet tegen alle typen. Daarom blijft het belangrijk om ook na vaccinatie deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker, waarbij vrouwen tussen de dertig en zestig jaar via een uitstrijkje worden gecontroleerd.
Baarmoederhalskanker vaccinatie: hoeveel prikken zijn nodig?
Voor een goede baarmoederhalskanker vaccinatie zijn doorgaans twee prikken nodig, met minimaal zes maanden en het liefst binnen een jaar tussen de eerste en de tweede prik. Mensen met een verminderde afweer hebben drie prikken nodig om voldoende beschermd te zijn. Overleg met de huisarts of dit voor jouw situatie geldt.
Is vaccinatie voldoende of is er meer nodig?
De HPV-vaccinatie biedt een hoge mate van bescherming, maar geeft geen volledige garantie. Vrouwen tussen de dertig en zestig jaar krijgen daarom alsnog een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker, ook als ze gevaccineerd zijn. Voor mannen vanaf vijfendertig jaar die seks hebben met mannen en leven met hiv bestaat een apart onderzoek naar anuskanker door HPV.
Er is geen specifieke behandeling tegen een HPV-infectie zelf. Wel zijn de gevolgen van een infectie, zoals genitale wratten of voorstadia van kanker, te behandelen.
Wanneer kun je je laten vaccineren?
Kinderen vanaf tien jaar krijgen automatisch een oproep voor de gratis HPV-vaccinatie via het Rijksvaccinatieprogramma. Heb je deze vaccinatie gemist of vraag je je af of het op latere leeftijd nog zinvol is? Bespreek dit dan met de huisarts. Ook als je al seksueel actief bent kan vaccinatie nog steeds bijdragen aan het verminderen van het risico op HPV-gerelateerde kanker.



