Slokdarmkanker is een vorm van kanker die de laatste jaren steeds vaker voorkomt. Nederland staat 2de op de ranglijst van Europese landen waar slokdarmkanker het meest voorkomt. Het komt het meest voor bij mannen van 50 jaar en ouder, maar ook vrouwen en jongere mensen kunnen deze ziekte krijgen. Wat zijn de symptomen van slokdarmkanker?
Wat is slokdarmkanker?
We spreken van slokdarmkanker, wanneer er in de slokdarm een kwaadaardige tumor ontstaat. Een ander woord voor slokdarmkanker is, slokdarmcarcinoom of oesofaguscarcinoom. In Nederland wordt jaarlijks bij zo’n 2300 mensen slokdarmkanker vastgesteld.
Soorten slokdarmkanker
Er zijn verschillende typen slokdarmkanker. Dat komt doordat een tumor kan ontstaan uit verschillende cellen uit de slokdarmwand. De meest voorkomende soorten zijn:
- Adenocarcinoom
Een adenocarcinoom, ontstaat meestal in het slijmvlies onder in de slokdarm. De meeste adenocarcinomen ontstaan uit een zogenaamde Barrett-slokdarm. Dit is een slokdarm, waarvan het weefsel blijvend is veranderd als gevolg van een langdurige slokdarmontsteking. Het normale slijmvlies wordt dan vervangen door Barrett-slijmvlies. - Plaveiselcelcarcinoom
Deze tumor ontstaat uit plaveiselcellen, dat wil zeggen het slijmvlies aan de binnenzijde van de slokdarm. Plaveiselcelcarcinomen ontstaan meestal in het bovenste deel van de slokdarm.
Symptomen
Slokdarmkanker veroorzaakt in het begin in de meeste gevallen geen klachten. Klachten ontstaan vaak pas, wanneer de tumor is gegroeid. Hierdoor wordt slokdarmkanker meestal pas laat ontdekt. Na verloop van tijd kunnen de volgende symptomen ontstaan:
- Slikklachten
Het gevoel dat er ongeveer ter hoogte van de keel bij het slikken een prop in de weg zit. In het begin heeft iemand vaak alleen moeite met vast voedsel. Maar later kan ook vloeibaar voedsel voor problemen zorgen. Bij zeer ernstige klachten kan doorslikken van speeksel of slijm ook problematisch zijn. Bij slikproblemen kan ook braken optreden. - Hoesten en verslikken tijdens en na het eten.
- Een pijnlijk en/of vol gevoel bij je borstbeen of tussen de schouderbladen.
- Verminderde eetlust
Dit kan het gevolg zijn van de slikklachten en/of passageklachten. - Onverklaarbaar gewichtsverlies
Wanneer iemand kiest voor meer vloeibare voedingsmiddelen, omdat deze makkelijker door de slokdarm gaan, kan iemand afvallen. Deze vloeibare voeding bevat vaak onvoldoende voedingsstoffen waardoor iemand af kan vallen. - Een schorre stem en/of heesheid die geruime tijd aanhoudt, zonder dat iemand verkouden is.
- Duizeligheid en vermoeidheid
Dit zijn klachten die kunnen ontstaan door langdurig bloedverlies uit de beschadigde slokdarm. Hierdoor kan bloedarmoede ontstaan. - Een teerachtige, pikzwarte ontlasting. Dit kan ontstaan door bloedverlies uit de slokdarm.
- Het braken van bloed.
- Langdurig de hik hebben.
Wanneer je één of meerdere van deze klachten herkent, dan betekent dat niet meteen dat je slokdarmkanker hebt. Echter, het is wel zo dat hoe eerder de diagnose slokdarmkanker wordt gesteld, hoe groter de kans is op volledige genezing. Het is daarom belangrijk op tijd naar de huisarts te gaan en niet met klachten te blijven rondlopen.
Mogelijke oorzaken
De precieze oorzaak van slokdarmkanker is (nog) niet duidelijk. Er zijn wel een aantal factoren, waarvan men weet dat ze risico op het ontstaan van een tumor in de slokdarm vergroten. Deze risicofactoren zijn:
Roken en te veel alcohol
Roken en alcohol zijn bijzonder belangrijke risicofactoren voor het ontstaan van slokdarmkanker. Het is gebleken dat het risico sterk toeneemt, wanneer iemand meer dan 8 glazen alcohol drinkt, of meer dan 25 sigaretten rookt. Ook na het stoppen met roken blijft de kans op slokdarmkanker nog vele jaren hoger dan bij mensen die niet roken.
Terugstromen van maagzuur in de slokdarm
Wanneer er vaak en langdurig maagzuur terugstroomt in de slokdarm, kan dit de cellen beschadigen in het onderste deel van de slokdarm en het bovenste deel van de maag. Het gevolg kan een chronische slokdarmontsteking zijn. Het slijmvlies van de slokdarm kan hierdoor veranderen en beschadigd raken waardoor iemand een verhoogde kans heeft op het krijgen van slokdarmkanker.
Overgewicht
De kans op slokdarmkanker bij dikke mensen is 2 tot 4 keer zo groot.
Ongezonde en eenzijdige voeding
Dor een slechter wordend voedingspatroon kan overgewicht ontstaan of toenemen. Daarnaast blijkt er een verband te zijn tussen het eten van weinig fruit en groente en het ontstaan van slokdarmkanker.
Bestraling bij kanker
Mensen die in het verleden bestraald zijn op het borstbeen, wat het geval kan zijn bij borstkanker, hebben daarna een iets grotere kans om slokdarmkanker te krijgen.
Zeer hete dranken
Het kan zijn dat het drinken van extreem hete dranken de kans op slokdarmkanker vergroot
Achalasie
Bij achalasie verloopt de passage van voedsel van de slokdarm naar de maag moeizaam. Voedsel kan niet goed door de slokdarm heen en hoopt zich op boven het sluitspiertje. Hierdoor zet de onderkant van de slokdarm uit. Dit is een vrij zeldzame aandoening.
Erfelijkheid
Erfelijkheid is zelden een oorzaak van slokdarmkanker. Er zijn wel aanwijzingen dat familiaire factoren een rol spelen. Welke genen hierbij betrokken zijn, is nog onbekend.
Behandeling
De behandeling van slokdarmkanker is afhankelijk van het stadium van de kanker. Daarnaast spelen ook persoonlijke factoren een rol:
- De lichamelijke conditie van iemand.
- De grootte van de tumor.
- In hoeverre de tumor doorgroeit in omringend weefsel.
- De aanwezigheid van uitzaaiingen.
Mogelijke behandelingen zijn:
Operatie
Hierbij wordt het grootste deel van de slokdarm verwijderd. Vaak neemt de arts zowel de tumor als het omliggend gezonde weefsel weg, om zo de kans op succes te vergroten. Meestal krijgt iemand voorafgaand aan de operatie een combinatie van chemotherapie en bestraling (radiotherapie).
Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die kankercellen doden of hun celdeling remmen. Deze kan op verschillende manieren toegediend worden, via: een infuus, injecties en/of tabletten.
Bestraling
Deze behandeling probeert de kankercellen te vernietigen met straling. Het is hierbij belangrijk om vanuit verschillende posities te bestralen om het omliggende gezonde weefsel nog een kans op overleving te geven. Bestraling kan zowel uitwendig als inwendig gebeuren. Inwendige bestraling gebeurt in het kader van een palliatieve behandeling.




