Volgens de Nederlandse Zorgautoriteit is het aantal mensen met COPD sinds 2015 met 45% gestegen. Wanneer je COPD hebt, dan kun je vaak moeilijk ademhalen. Het is van belang dat de eerste symptomen snel herkent worden, want dan kan behandeling mogelijke verslechteringen voorkomen. COPD: wat zijn de eerste symptomen?
Wat is COPD?
De letters COPD staan voor Chronic Obstructive Pulmonary Disease en het is een longziekte waarbij je longen beschadigd zijn. Het is een verzamelnaam voor twee longaandoeningen: chronische bronchitis en longemfyseem. Beide longaandoeningen zijn chronisch en dat betekent dat je er niet van kunt genezen.
Chronische bronchitis
Bij chronische bronchitis zijn de luchtwegen structureel ontstoken en wordt er meer slijm geproduceerd én kan het slijm minder goed uit de longen worden afgevoerd. Het resultaat is dat er te veel slijm in je luchtwegen achterblijft wat weer een ideale voedingsbodem voor bacteriën is.
Longemfyseem
In onze longen zitten allemaal longblaasjes. Deze longblaasjes zorgen ervoor dat aan de ene kant de zuurstof, welke we inademen, in het bloed terecht komt en anderzijds dat de afvalstoffen weer uitgeademd worden. Bij longemfyseem zijn deze longblaasjes beschadigd en gaan ze langzaam verloren. Dit geeft klachten van kortademigheid en in sommige gevallen zuurstoftekort.
COPD: herken de eerste symptomen
Het kan zo zijn dat iemand geruime tijd COPD heeft zonder het te weten. Vaak zijn de eerste symptomen: hoesten en kortademigheid. In de loop van de tijd neemt deze kortademigheid toe, waardoor je steeds meer moeite krijgt bij inspanningen. Andere symptomen zijn:
- Moeilijk ademen;
- Gedurende lange tijd slijm ophoesten;
- Snel moe zijn;
- Weinig spierkracht hebben;
- Afvallen zonder duidelijke oorzaak;
- Ook kortademigheid in rust;
- Soms piepende ademhaling;
Het is opvallend dat mist, wisselingen in temperatuur en sterke geuren het hoesten en de kortademigheid kunnen opwekken.
Oorzaken COPD
In meer dan 85% van alle gevallen is zelf roken of meeroken de oorzaak van COPD. We weten niet wie wel en wie geen COPD krijgt, maar we weten wel dat hoe meer en hoe langer iemand heeft gerookt, des te groter de kans op het krijgen van COPD wordt.
Naast roken zijn er nog andere oorzaken:
- Astma, longontsteking en andere longziekten;
- De erfelijke ziekte alpha-1;
- Intense blootstelling aan schadelijke stoffen, zoals: houtstof, lijm en verfdampen;
- Vervuilde lucht. Denk hierbij aan fijnstof.
Behandeling
Helaas is deze longaandoening niet te genezen, hij is chronisch. De behandeling is erop gericht om de klachten zoveel mogelijk te verminderen en eventuele verslechteringen te voorkomen.
Stoppen met roken
De beste behandeling is stoppen met roken. Roken is altijd schadelijk, maar roken of meeroken wanneer je COPD hebt is nog schadelijker voor je longen. Door te blijven roken, gaan er meer en meer longblaasjes kapot. En eenmaal kapot is blijvend kapot. Door te stoppen: verminderen je je longklachten, vertraag je het verloop van je ziekte, voel je je fitter en werken je medicijnen beter.
Medicijnen
Ook medicijnen zijn erg belangrijk om je klachten te verminderen. Denk hierbij aan luchtwegverwijders en ontstekingsremmers. Deze medicijnen adem je bijna altijd in via een inhalator. De luchtwegverwijders maken de luchtwegen wat wijder, waardoor je minder benauwd bent. De ontstekingsremmers verkleinen de kans op het krijgen van ontstekingen en om de kans op een longaanval te verminderen. Het zijn een soort van onderhoudsmedicijnen en moeten voor langere tijd gebruikt worden.
Zuurstof
Wanneer je erge last hebt van benauwdheid, onrust, verwardheid of sufheid dan kan je arts voorstellen om je extra zuurstof te geven. Het is hierbij zeer belangrijk dat je je houdt aan de voorgeschreven hoeveelheid, niet te veel maar ook niet te weinig.
Sporten
Ook met COPD kun je sporten. Je zult zien dat je je beter en fitter gaat voelen. Bewegen verbetert de kwaliteit van leven aanzienlijk. Niet alleen fysiek, maar zeker ook emotioneel. Het sporten kun je zelfstandig proberen of onder begeleiding. Het omvat dan zowel duurtraining als krachttraining.
Ook kan het nodig zijn dat je longrevalidatie krijgt.
Bronnen: UMC Utrecht, UMCG en het Longfonds




