Aangepast zoeken

Onverklaarbare klachten

Bij patiënten met medisch onverklaarbare klachten richten artsen zich te eenzijdig op de lichamelijke kant. Ook als een patiënt signalen afgeeft die wijzen op een emotionele of psychische oorzaak van de klachten, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL in BioPsychoSocial Medicine.
Artsen krijgen regelmatig patiënten met medisch onverklaarbare klachten op het spreekuur. Om deze patiënten te helpen en uit angst een ernstige aandoening over het hoofd te zien, doen veel artsen bij deze patiënten een volledig lichamelijk onderzoek of verrichten ze ingrepen. NIVEL-onderzoeker Sandra van Dulmen: “Zo benadrukken ze vaak onterecht de lichamelijke aard van de klacht en bevestigen ze de zorgen van de patiënten over een onderliggende lichamelijke ziekte. Dit is te voorkomen door bij de symptomen van deze patiënten te zoeken naar aanwijzingen voor onderliggende psychosociale problematiek. Bij een patiënt die slecht slaapt, moet de huisarts doorvragen of deze ergens van wakker ligt. En bij hoofdpijn of rugpijn bijvoorbeeld de relatie leggen met stress.”
Uit het onderzoek blijkt dat de meeste patiënten hun klachten uiten met een onderliggende ongerustheid. De meesten doen dat echter impliciet. Artsen gaan wel op die ongerustheid in maar meestal alleen vanuit een medische invalshoek. Om ook de mogelijke psychologische basis van medisch onverklaarbare klachten mee te nemen in consult en diagnose, zouden huisartsen meer aandacht moeten besteden aan specifieke aanwijzingen die patiënten geven. “Aan de klachten kan een emotie ten grondslag liggen die ze in stand houdt”, verklaart Van Dulmen. “Als bijvoorbeeld een patiënt die al heel lang keelpijn heeft, zegt dat zijn buurman keelkanker had, dan uit hij daar zijn ongerustheid mee. Dan zou de arts daarop in moeten gaan. Doet de arts dat niet en schrijft hij gewoon antibiotica voor, dan neemt hij die ongerustheid niet weg en bestaat de kans dat de klacht chronisch wordt. Aan de andere kant moeten patiënten ook beseffen dat sommige signalen onvoldoende duidelijk zijn. De arts is dan simpelweg niet in staat de ongerustheid op te pikken en de patiënt gerust te stellen.”
De onderzoekers adviseren artsen tijdens het consult gelijktijdig oog te hebben voor zowel de lichamelijke als psychosociale kant van de klacht. Voor het onderzoek analyseerden ze 97 consulten op video van patiënten die voor de eerste keer met medisch onverklaarbare klachten bij de huisarts kwamen.

Commentaar
Toevoegen Zoeken
B12-deficiëntie vaak over het hoofd gezien.
Henk 2009-02-23 17:52:07
Bij veel patiënten met "medisch onverklaarbare klachten" hebben de dokters vaak niet gedacht aan een specifieke lichamelijke aandoening. Een vitamine B12-tekort wordt nogal eens over het hoofd gezien. Bij dit ziektebeeld neemt het lichaam dan net deze ene vitamine niet meer op en dat kan een scala aan "overklaarbare klachten" geven.
medich onverklaarb. klachten. Vit.B12 is bekent
gré 05-03 2009 2009-03-05 17:43:29
is bekent! geen resultaat.
Niet voldoende bekend
Anoniem 2009-03-05 19:07:05
Is wel bekend, maar wordt dikwijls vergeten. Bovendien is de kennis bij de meeste dokters over B12-deficiëntie bedroevend. Je hoeft het forum van de Stichting B12 Tekort maar even te volgen en het is duidelijk.
Vitamine B 12 tekort
Anoniem 2009-02-23 19:57:19
Cobalamine wordt ook wel Vitamine B12 of Extrinsic factor genoemd. Een tekort aan vitamine B12 komt bijvoorbeeld voor bij veganisten.
psychisch
Alexia 2009-06-15 20:19:39
Dat artsen bang zijn een foute diagnose te stellen is terecht. Hoe vaak hoor je niet dat mensen jarenlang met klachten lopen en er maar steeds geen diagnose komt, ze naar het kastje naar de muur gestuurd worden en ondertussen steeds minder kunnen en steeds meer beperkingen ervaren? Heel frustrerend. Als het dan 'psychisch' genoemd wordt, en de 'reguliere' diagnose wordt na lange tijd dankzij veel vechten tegen het ongeloof gesteld, dan is het vertrouwen in artsen natuurlijk helemaal weg.
Second opinie
Henk 2009-06-16 01:18:17
Ja, dat is begrijpelijk. En erg moeilijk om je al die tijd niet 'serieus' genomen te voelen. Toch wil ik ook opmerken dat artsen niet onfeilbaar zijn en de medische wetenschap echt nog in de kinderschoenen staan. Je kunt in nederland altijd een second opinie doen, dat weet je toch?
BIJWERKINGEN vitamine tekort
doosvanpandora 2009-07-23 11:30:00
welke bijwerkingen treden er op bij vitamine tekorten ? zoals bij B
Geke
Anoniem 2009-07-25 15:38:55
Lees de informatie op de website van het Voedingscentrum over vitaminen en mineralen: http://www.voedingscentrum.nl/nl/eten-gezondheid/voedingstoffen/vitamines-en-mineralen.aspx
therapie vorm
roos 2009-09-07 20:22:16
hoi Paul, Ik ga binnenkort beginnen met therapie, speciaal gericht op onverklaarbare lichemelijke klachten. Hier ben ik gekomen via de huisarts, vervolgens ga ik nu therapie krijgen op de afdeling psychiatrie van het ziekenhuis. hopelijk heb je er iets aan. groetjes Roos
therapie onverklaarbare lichamelijke klachten
Erwin 2009-09-08 00:45:48
Super Roos! Heel slim en heel veel succes. Echt een verstandige beslissing!
onverklaarbare klachten.......
Paul B. 2009-08-06 13:55:18
Ik ben volgens mij precies zo'n geval die hierboven beschreven wordt. ik zit al zo'n 16 jaar met problemen die niet worden aangetoond via medische onderzoeken. Wel heb ik het idee, dat een arts niet gauw vertelt van "ik heb geen idee" maar ze zullen je ook niet zonder reden doorsturen naar een andere arts of afdeling. Dit kost tijd en geld. In 2006 en 2007 heb ik te maken gehad met het overlijden van een oom en mijn vader. Beide hadden ze darmkanker en dus heb ik daar last van. Ik ben mezelf daar nu van bewust en deel dit dus ook mee aan mijn behandelend arts. Echter zonder een vervolg actie. Ik vind dit slecht, maar wat doe je eraan? Wat kan er aan gedaan worden om een behandeling te krijgen voor deze "psychische"klachten te krijgen?
Anoniem 2009-08-07 01:35:38
De huisarts kan een doorverwijzing verzorgen voor een behandeling voor uw angststoornis als de huisarts een verwijzing zinvol vindt.
Onderzoek naar 'medisch onverklaarde klachten' i
Jan Willemse 2010-04-28 17:55:11
Onderzoek naar 'medisch onverklaarde klachten' is strijdig met basale wetenschappelijke en ethische principes! Bron: GZ-Magazine, Ingezonden Reactie Door Dr. I. Bramsen Het Forum (januari 2010) roept op tot discussie over het artikel van Houtveen en Van Doornen dat 'een goede reflectie is op hoe psychologen vaak onderzoek doen'. De redactie stelt dat 'de vraagstellingen beginnen en eindigen in de hersenen in plaats van in psychologische patronen'. Deze bijdrage schetst enkele fundamentele methodologische en ethische problemen bij dit type onderzoek. Houtveen en Van Doornen richten zich op ziekten en aandoeningen die verondersteld worden te liggen op het grensgebied van de medische wetenschap: ziekten waarvan artsen onvoldoende kennis hebben of waarvoor het moeilijk is een biologisch substraat te vinden. Er is een duidelijk waarneembare trend om deze aandoeningen één naam te geven, bijvoorbeeld 'medisch onverklaarde lichamelijke klachten (MOK)' of 'functional somatic syndromes' (Wessely et al., 1999; Barsky & Borus, 1999). De impliciete hypothese is dat de grenzen van dit psychologisch te duiden syndroom exact overeen komen met de grenzen aan de medisch-wetenschappelijke kennis. Uiteraard is met het geven van één naam aan een groot aantal zeer uiteenlopende klachten en ziektebeelden nog geen verklaring gevonden. Er lijkt eerder sprake van een cirkelredenering of tautologie. Wel leidt deze werkwijze ertoe dat bij een uiterst heterogene groep patiënten voortdurend getracht wordt een dominante psychologische verklaring te vinden voor het ontstaan dan wel aanhouden van gezondheidsproblemen. Psychologische hypotheses reiken van jeugdtrauma's en persoonlijkheidskenmerken, tot alledaagse stress, coping, perceptie- en attributiefouten, ziektewinst, inbeelding of hysterie. In een recent verleden zocht de psychosomatiek psychologische verklaringen voor allerlei ziektebeelden die tegenwoordig niet meer tot de onbegrepen ziektes worden gerekend, zoals multiple sclerose, kanker, astma, tuberculose en posttraumatische dystrofie (Bramsen 2010). Sontag (1977) beschreef op indringende wijze hoe metaforen en mythes zieken opzadelen met het idee dat zij zelf, hun karakter, of de opvoedmethode van hun ouders verantwoordelijk zouden zijn voor hun ziekte. De metaforen lijken vooral te worden toegepast op ziekten die mysterieus worden gevonden of niet volledig begrepen. De redeneertrant van de hedendaagse MOK-aanhangers, zoals Houtveen en Van Doornen, vertoont overeenkomsten met denkbeelden uit de psychosomatiek en de metaforen die Sontag (1977) verhelderde. Wat daarnaast opvalt is dat men nogal selectief te werk gaat en zich nauwelijks verdiept in onderzoeksresultaten die strijdig zijn met psychologisch georiënteerde hypothesen. Dit is ook een schier onmogelijke opgave, omdat het onderzoeksterrein zich uitbreidt over een groot aantal ziekten en aandoeningen en zij onmogelijk alle verschenen en bovendien uiterst complexe biomedische vakliteratuur kunnen bijhouden, die bovendien veelal de grenzen van het eigen vakgebied te buiten gaat. Het is onder wetenschappers bepaald geen uitgemaakte zaak dat aandoeningen als fibromyalgie, het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), whiplash of prikkelbare darmsyndroom (PDS) allen gezien zouden moeten worden als 'functioneel somatische syndromen'. Ook is er geen breed gedragen overeenstemming over de stelling van Houtveen en Van Doornen dat 'psychologische mechanismen' bij dit soort ziekten 'een belangrijke rol spelen'. Integendeel, er is sprake van een wetenschappelijke controverse (Jason & Richman, 2008; Jensen et al., 2009; Pasricha, 2008; Freeman et al, 1994; VanNess, 2010). Zoals gezegd, nemen Houtveen en Van Doornen meerdere ziektebeelden samen en beschouwen deze als één syndroom, het MOK-syndroom. Al doende veronachtzamen zij belangrijke aspecten van elke afzonderlijke aandoening. Laten we dit illustreren met betrekking tot één van de genoemde ziektebeelden, namelijk CVS. Er is de afgelopen jaren gedebatteerd over de diagnostische criteria van het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en ook over de naam (Jason & Richman, 2008; Fukuda et al., 1994; Carruthers et al., 2003). In hoeverre kan de diagnose CVS gelijk worden gesteld aan myalgische encephalomyelitis (ME) of postviraal syndroom? Carruthers et al. (2003) definiëren als belangrijk kenmerk van ME/CVS dat geringe inspanning leidt tot een abnormaal verlies van lichamelijk en geestelijk uithoudingsvermogen, snelafnemende spierkracht en cognitieve vaardigheden, malaise en/of vermoeidheid en/of pijn na inspanning. Er is een pathologische lange herstelduur, gewoonlijk langer dan 24 uur. Aan de internationale discussie over en criteria voor de diagnose van ME/CVS (Fukuda et al., 1994; Carruthers et al., 2003) gaan Houtveen en Van Doornen volledig voorbij. In het door hen uitgevoerde onderzoek onder mensen met 'medicaliy unexplained symptoms' of 'numerous functional somatic symptoms' is de doelgroep in het geheel niet afgebakend, en bevindingen hieruit kunnen dus niet gegeneraliseerd worden naar mensen met ME/CVS (of whiplash, of fibromaylgie, etc.). Een tweede probleem is dat Houtveen en Van Doornen onvoldoende op de hoogte lijken te zijn van biomedisch onderzoek dat organische afwijkingen constateert bij mensen met ME/CVS. Klimas & Koneru (2007) beschrijven onder meer genetische bevindingen betreffende biologische subgroepen, immunologische disfuncties en afwijkingen in de mitochondriën. Biologisch onderzoek laat bovendien het belang van een goede afbakening van onderzoeksgroepen zien (zie ook Jason et al. 2005). Dit staat haaks op de werkwijze van de 'MOK-kers'. Hickie et al. (2007) lieten middels een prospectieve studie zien dat de ernst van een beginnende infectie met Epstein Bar virus, Ross River virus en Coxiella Burnetii (de veroorzaker van Q-koorts) de belangrijkste voorspeller was voor het optreden van ME/CVS. Psychologische factoren speelden geen rol. Lorusso et al. (2008) zetten de onderzoeksbevindingen betreffende immunologische aspecten van ME/CVS op een rij en recentelijk werden (opnieuw) aanwijzingen gevonden voor de rol van een retrovirus, het XMRV virus, bij ME/CVS (Lombardi et al., 2009). De hiervoor genoemde inspanningsintolerantie of 'post-extertional malaise' is in meerdere studies geobjectiveerd (Carruthers et al. 2003; Light et al. 2009; VanNess et al. 2010). De wetenschappelijke bewijsvoering voor neurocognitieve klachten bij ME/CVS, zoals problemen met taken die een beroep doen op het korte termijn geheugen en een vertraagde informatieverwerking, is onlangs in kaart gebracht door Cockshell & Mathias (2010). De relatie tussen fysieke inspanning en verergering van neurocognitieve klachten is middels wetenschappelijk onderzoek aannemelijk gemaakt (Blackwood et al, 1998; Carruthers 2003). Ten aanzien van de stelling in Forum valt derhalve het volgende te concluderen: Onderzoek dat gebaseerd is op de idee dat (1) medisch onverklaard hetzelfde is als medisch onverklaarbaar, (2) er een syndroom bestaat, het MOK-syndroom, dat precies kan worden afgebakend langs de grenzen van de huidige medische kennis, en dat (3) resultaten uit biomedisch onderzoek negeert, is in strijd met de principes van zuiver wetenschappelijk onderzoek. Bovendien is deze werkwijze strijdig met ethische principes zoals vastgelegd in de beroepscode van psychologen (2007). Zo dient de samenleving erop te kunnen vertrouwen dat beroepsbeoefenaren de grenzen van hun deskundigheid onderkennen. Ook hebben zij een informatieplicht; dit geldt zeker ten aanzien van wetenschappelijk onderbouwde informatie die in strijd is met eigen, controversiële, opvattingen. Literatuur Barsky, A.J. & Borus, J.F. (1999). Functional somatic syndromes. Annals of Internal Medicine, 130(11),910-921. Beroepscode voor psychologen (2007). Amsterdam; NIP. Blackwood, S.K., MacHale, S.M., Power, M.J, Goodwin, G.M., & Lawrie S.M. (1998). Effects of exercise on cognitive and motor function in chronic fatigue syndrome and depression. Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry, 65, 541-546. Bramsen, I (2010). Evidence(?)-Based Practice. Over valkuilen, mythes en verhalen (in druk). In: Kuiper, C., Letiche, H. & Houweling, L. (red). Praktijkgericht onderzoek in de praktijk. Een spraakmakend project. Utrecht:Lemma. Cockshell, S.J., Mathias. J.L. (2010). Cognitive functioning in chronic fatigue syndrome: a meta-analysis. Psychological Medicine, 1,5-15 Carruthers, B.M., Jairn A.K., De Meirleir, K.L., Peterson, D.L., Klimas, N.G., Lerner, A.M., Bested, A.C. Flor-Henry, P., Joshi, P., Powles, A.C.P., Sherkey, J.A., Van de Sande, M.J.(2003). Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome: Clinical Working Case Definition, Diagnostic and Treatment Protocols. Journal of Chronic Fatigue Syndrome 11(1), 7-113. Freeman M.D., Croft A.C., Rossignol,A.M,, Weaver, D.S., Reiser, M. (1999). A review and methodological critique of the literature refuting wiphlash syndrome. Spine 1;24(1),86-96. Fukuda, K., Strauss, S.E., Hickie, I, Sharpe, M.C., Dobbins,JG., Komaroff, A.(1994). The Chronic Fatigue Syndrome, a comprehensive approach to its definition and study. Annals of Internal Medicine, 121. 953-959. Hickie, I., Davenport, T, Wakefield, D., Vollmer-Conna, U., Cameron, B, Vernon, D., Reves, W.C., Lloyd, A (2006) Post-infective and chronic fatigue syndromes precipitated by viraI and non-viral pathogens: prospective cohort study. BMJ, 16;333(7568), 575. Jason, LA, Corradi, K., Torres-Harding,S.,Taylor,R,R.,King,C. (2005). Chronic fatigue syndrome: the need for subtypes. Neuropsychology Review 15 (1). 29-58. Jason, LA., Richman, J.A. (2008). How science can stigmatize: thecase of chronic fatigue syndrome. Journal of chronic fatigue syndrome, 14(4), 85-103. Jensen KB, Kosek E, Petzke F, Carville S, Fransson P, Marcus H, Williams SC, Choy E, Giesecke T, Mainguy Y, Gracely R, lngvar M (2009). Evidence of dysfunctional pain inhibition in Fibromyalia reflected in rACC during provoked pain. Pain. 144(1-2),95-100. Light AR, White AT, Hughen RW, Light KC (2009). Moderate exercise increases expression for sensory, adrenergic, and immune genes in chronic fatigue syndrome patients but not in normal subjects. Journal of Pain 10(10), 1099-112. Lombardi, V., Ruscetti, F.W., Gupta, J.D., Pfost, M,A., Hagen,K.S., et al. (2009). Detection of an infectious retrovirus, XMRV, in blood cells of patients with chronic fatigue syndrome. Sciece 326, 585-589 Lorusso, I., Mikhaylova, SV., Capelli, E, Ferrari D., Ngonga, GK, Ricevuti, C. (2009). Immonological aspects of chronic fatigue syndrome. Autoinimunity Reviews, 8 (4), 287-291. Pasricha, P. (2008). It's Not all in Your Head: Understanding Irritable Bowel Syndrome. Lecture, March 13, 2008 Oak Room, East Tressider Student Union 459 Lagunita Dr. Stanford University Sontag (1977) Illness as Metaphor. New York: Farrar, Straus and Giroux. VanNess JM, Stevens S, Bateman L, Travis L, Stiles BS, Snell CR (2010). Postexertional Malaise in Women with Chronic Fatigue Syndrome. Journal of Women's Health, 19(2), doi:10.1089/jwh.2009.1307. Wessely S, Nimnuan C & Sharpe M (1999). Functional somatic syndromes: one or many? Lancet, 354(9182),936-939. Inge Bramsen is methodoloog en gezondheidszorpsycholoog. Zij promoveerde in 1995 (cum laude) op onderzoek naar psychotrauma bij oorlogsgetroffenen.
Onverklaarbare klachten
willy12345 2010-07-02 17:40:06
OOk ik heb jaren gehoord mevr u heeft het tussen u oren zitten kunnen niks vinden. Na 8 jaar strijd blijkt dat ik besmet ben met een parasiet, die wel degelijk deze klachten die ik heb veroorzaakt. Tip laat een tripel test doen van de ontlasting.of je toevallig hier niet mee besmet ben. kijk maar eens op internet Je kan van alles slikken, zoals vitamine help niet wordt niet op genomen, komt om dat de parasiet zie in de dunne darm bevind, ik hoop dat ik hier mee mensen kan helpen.
Schrijf commentaar
Naam:
Email:
 
Onderwerp:
Voer de anti-spam code in die in het plaatje staat.
 


Aangepast zoeken